Deze website bevat het nieuws(archief) van Deltaprogramma Maas en de mogelijkheid je in te schrijven voor de Maasinformatiebrief. Meer weten over het Deltaprogramma Maas?

Wat betekent het einde van bruinkoolwinning voor de Maas?

De bruinkoolwinning in Duitsland loopt op zijn einde. Waar decennialang enorme dagbouwmijnen zorgden voor energie, ontstaan straks drie grote meren. Ook de Maas en het waterbeheer in Nederland kunnen hierdoor veranderen. We spraken hierover met Jens Reuber, strategisch beleidsmedewerker Waterschap Limburg, die vanuit Nederland betrokken is bij dit vraagstuk.

Van energiebron naar waterlandschap
Bruinkool was lange tijd een belangrijke energiebron in Duitsland. Er liggen drie grote mijnen: Garzweiler, Hambach en Inden. Om deze groeves droog te houden, werd jarenlang grondwater weggepompt. Dat had ook gevolgen voor Nederland: het grondwaterpeil daalde, zelfs tot ver over de grens. Nu Duitsland overstapt op duurzame energie, stopt de winning naar verwachting rond 2030. Daarna worden de groeves niet simpelweg verlaten, maar gevuld met water. Twee mijnen worden gevuld met water uit de Rijn, en één met water uit de Roer. “Als je niets doet, duurt het honderden jaren voordat zo’n groeve vanzelf volloopt,” legt Jens Reuber uit. “Daarom is gekozen voor actief vullen.” Hij schetst hoe groot de opgave is: “We hebben het over enorme gaten, sommige meer dan 300 meter diep. Die kun je niet zomaar achterlaten.” Er is volgens hem bewust gekozen voor een nieuwe bestemming: “Je wilt geen leeg landschap met grote kuilen. Door ze met water te vullen ontstaan uiteindelijk meren, die ook gebruikt kunnen worden voor recreatie.”

Effecten op de Maas
Dat vullen van de groeves heeft gevolgen voor het watersysteem en omdat de Roer uitmondt in de Maas, raakt dit ook Nederland. Een belangrijk punt is de hoeveelheid water die uit de Roer wordt gehaald. In droge periodes is de Maas namelijk sterk afhankelijk van dit water. “In extreem droge tijden kan het water uit de Roer tot wel 40% van de Maasafvoer uitmaken. De Maas heeft dan zelf weinig aanvoer en krijgt juist vanuit de Roer een belangrijke aanvulling. Als er in diezelfde periodes water wordt onttrokken om de groeves te vullen, kan dat voelbare gevolgen hebben. Het is niet zo zwart-wit dat de kraan zomaar open of dicht gaat, maar het laat wel zien hoe afhankelijk we zijn. Daarom wordt er nu gewerkt aan afspraken met Duitse partijen. We willen niet pas in actie komen als er een droge zomer is,” legt Jens Reuber uit. “Je wilt van tevoren geregeld hebben wat er gebeurt in tijden van schaarste. Daarnaast spelen er zorgen over de waterkwaliteit. Zo kan in de toekomst water uit de nieuwe meren via zijrivieren alsnog in de Maas terechtkomen. Bijvoorbeeld bij Garzweiler, waar overtollig water uiteindelijk via de Niers richting de Maas stroomt. Dat is water dat direct uit de Rijn komt en niet extra gezuiverd wordt. We weten nog niet hoe de waterkwaliteit in die meren zich ontwikkelt en wat er uiteindelijk bij ons terechtkomt. Ook ecologisch zijn er vragen. Een meer is een heel ander systeem dan een rivier. Dat water weer terugbrengen in een rivier, dat is vanuit ecologisch oogpunt niet ideaal.”

Grondwater: een kwestie van lange adem
Naast oppervlaktewater speelt ook grondwater een rol. Door het stoppen met pompen zal het grondwaterpeil weer stijgen. Dat proces duurt echter lang—het gaat over tientallen jaren. Vooral bij de groeve Inden is dit relevant voor Nederland. “Er is berekend dat grondwater uit dat gebied richting Nederland stroomt. Dat speelt niet morgen of over tien jaar, maar pas over een paar honderd jaar. Wat dat precies betekent, is nog onzeker. We weten nu nog niet welke waterkwaliteit we dan krijgen. Maar het is wel iets waar we nu al rekening mee moeten houden. ”

Samenwerking over de grens
Omdat het om een watersysteem gaat over de grens, is samenwerking essentieel. Nederland is nauw betrokken bij de plannen in Duitsland. “Eerder keken we vooral mee via monitoring,” vertelt Jens Reuber. “Nu zitten we eerder aan tafel en kunnen we ook onze belangen inbrengen. Zo zijn er afspraken gemaakt over wie wanneer aan zet is: landelijke vraagstukken worden opgepakt door het ministerie van I en W, regionale vraagstukken door partijen zoals Rijkswaterstaat, Waterschap Limburg en de Provincie Limburg. Ook worden er zogenoemde vergunningsprocedures gevolgd, waarbij Nederland formeel kan reageren op plannen van Duitse zijde.”

Verschillende aanpak, hetzelfde doel
Opvallend is dat Nederland en Duitsland anders omgaan met dit soort projecten. Volgens Reuber betrekt Nederland vaak al vroeg bewoners en stakeholders, terwijl Duitsland formeler en later in het proces participatie organiseert. Toch werkt de samenwerking goed. “We kennen elkaars manier van werken en weten elkaar steeds beter te vinden.”

De komende jaren staan in het teken van vergunningen en verdere uitwerking van de plannen. Wanneer is dit project een succes? Jens Reuber is daarin realistisch: “Het graven van zulke enorme gaten heeft grote impact op het milieu. Dat kun je niet volledig goedmaken. Maar als er rekening wordt gehouden met de Nederlandse belangen, en de gevolgen voor waterkwaliteit en beschikbaarheid beheersbaar blijven, dan hebben we het netjes gedaan.”

Jens Reuber

 

Overige berichten